Motueka naar Arthur’s Pass

Het is tijd om te gaan. We zijn nu 4 nachten in Motueka geweest. Het gevoel van afscheid is wel anders dan bij het verlaten van Wanaka. We hebben ons hier zeker vermaakt. De zeiltocht en wandeling en de wijn en fiets dag waren allebei mooie dagen en ook voor een dagje niets doen – zoals we de eerste dag in Motueka deden is dit een prima plek. Toch heb je hier in Abel Tasman meer het gevoel het wel gezien te hebben. Het zal zeker niet vervelen er nog een dag te moeten zijn, of nog een keer terug te keren bij een eventueel later bezoek. Deze regio leent zich bij uitstek voor een ontspannen verblijf. Niet alleen activiteiten, maar ook een dag aan het strand doorbrengen bijvoorbeeld. Of misschien beter: een dag doorbrengen aan een van de vele stranden, half verborgen in een van de vele baaien die de kust hier rijk is.

Tot op zeker hoogte is wat je kunt doen in Abel Tasman beperkt: alles speelt zich rond te kust af. Aan land is het vooral de Abel Tasman Coastal Track, die je of in zijn geheel of voor een deel kunt lopen en anders is het zeilen, kayakken of zwemmen. Landinwaarts is het aanbod een stuk minder. Er zijn wel wandelingen, maar die zijn ook vaak meerdaags, of ook meteen een stuk uitdagender dan de Coastal Track. Een volgende keer zouden we er waarschijnlijk ook voor kiezen om een plek te zoeken in Māpua, wat levendiger lijkt te zijn dan het verkeers-drukke centrum van Motueka, maar niet zo over de top toeristisch als Kaiteriteri. Marahau is weer te afgelegen en heeft ook weer net iets teveel de sfeer van backpackers en de must om de Coastal Track toch wel gelopen te moeten hebben om als toerist een beetje serieus genomen te worden. Māpua geeft meer mogelijkheden om ook Rabbit Island te bezoeken of zelfs een dagje Nelson te doen.

We hebben een redelijke reis voor de boeg, want de eind bestemming is Arthur’s Pass – de nederzetting genoemd naar de pas die vernoemd is naar Arthur. De afstand van ruim 350 kilometer lijkt niet bijzonder, maar dat betekent hier toch wel ruim viereneenhalf uur (non-stop) rijden. Eerst even naar de supermarkt, want in Arthur’s Pass is wel wat te krijgen, maar het is duur en de keuze is beperkt. Uit eten kan eventueel, maar dan moet je 10 kilometer verder richting Christchurch rijden. Waarom we dan naar deze plek gaan? Omdat het hier mooi is en we een mooie wandeling hopen te kunnen maken morgen. Het weer moet daarvoor nog wel wat verbeteren, wat volgens de verwachtingen ook gaat gebeuren. Nu regent het. Net als het de hele dag eigenlijk regende. Soms wat meer soms wat minder en soms was het droog. We hebben een goede dag gekozen om te reizen.

We rijden voor een deel dezelfde route die we ook vanuit Greymouth naar Motueka hebben gereden. Er zijn simpelweg geen alternatieven. Op zich is het niet erg om weer dezelfde weg te rijden, maar we kiezen wel bewust om eerst naar Richmond te rijden om daar Highway 6 op te pakken, in plaats van via de Motueka Valley Highway naar Highway 6 te rijden zoals we op de heenweg gedaan hebben. Het eerste deel is vlak en druk tot Wakefield, waarna de bebouwing ophoudt, de heuvels beginnen en de verkeersdrukte ineens gemarginaliseerd is. Waar zijn al die auto’s gebleven? Het rijdt wel prettig.

Opnieuw rijden we door Buller Gorge en stoppen in Murchison voor koffie en lunch. Murchison is een van de weinig plaatsjes langs deze weg en het is ook meer dan een verzameling huisjes rond een plaatsnaam bord met soms wel en soms niet een snelheidsbeperking.

Het valt ons weer op dat de campertjes niet alleen door incapabele bestuurders bestuurd worden, of gewoon een erg slechte wegligging hebben, maar dat de bestuurders ervan ook structureel de borden langs de kant van de weg missen met de aanwijzing sneller verkeer te laten passeren op de daarvoor geschikte plekken zoals vluchtstroken die er her en der zijn. Nu kun je je afvragen of je echt snel wilt rijden op deze weg, getuige het ongeluk dat kort voor wij passeren plaatsgevonden heeft (gelukkig niet heel ernstig lijkt het), maar té langzaam rijden leidt tot frustratie bij vooral locals en de daarbij behorende gevaarlijke inhaal manoeuvres.

Bij Inangahu verruilen we Highway 6 voor Highway 69. Een weg die we nog nooit gereden hebben en dat is aan deze kant van de alpen bijna een uitdaging als je al een keer eerder in dit gebied bent geweest. Het is de snelste route naar Greymouth, maar daar willen we echt niet meer heen, wat gelukkig ook niet hoeft. De weg voert door brede dalen en wordt vaak door een spoorlijn geflankeerd. Spoorlijnen lijken hier vooral gebruikt te worden om treinen te parkeren. We zien twee treinen en die staan allebei geparkeerd. Hard rijden doen te treinen overigens sowieso niet. Veel van de overwegen hier hebben geen overwegbomen, enkel signalering. Tenminste, de overwegen van de Highway. Andere wegen moeten het doen met onbewaakte overgangen. “Look for trains” staat er dan bij. We hebben al regelmatig van dergelijke bordjes gezien, maar nooit een trein gevonden. Geen idee waar ze die verstopt hebben, behalve de twee geparkeerde treinen, maar dat was dan weer niet bij een overweg. Je zou zeggen dat een trein toch wel een beetje opvalt.

Een kilometer of twintig voor Greymouth slaan we af om iets later bij highway 73 aan te komen, die bekend staat als Arthur’s Pass. Feitelijk is de pass maar een deel van hele Highway, maar dat terzijde. Zij aan zij met het spoor, rijden we in oostelijke richting. Het is goed voor te stellen dat deze plek gebruikt is om de alpen over te steken, maar het aantal kilometers dat we moeten afleggen is gelijk aan het aantal minuten resterende reistijd volgens de navigatie. Op dat moment rijden we nog net iets onder de 100 kilometers per uur. Dat zal waarschijnlijk nog wel veranderen.

Het gemiddelde brengen we ook nog wat verder naar beneden door op twee uitkijkpunten de eerste foto’s van de dag te maken. We zijn dan al net op het deel dat echt Arthur’s Pass genoemd wordt. Het dal is vrij plotseling een stuk steiler geworden. Een halve tunnel, open aan een zijde en met een soort glijbaan voor een waterval en een grote brug zijn bekende en de laatste welhaast iconische beelden van de pass.

Ik herinner me van de reizen per vrachtwagen met mijn vader dat de vrachtwagens kreunend en steunend in een lange rij het laatste stuk snelweg naar de Mont Blanc beklommen. Waarschuwingsborden gaven een stijgingspercentage van 5% aan. Voor ons rijdt een vrachtwagen, die duidelijk erg langzaam gaat – we hebben de tijd en volgen hem langzaam, terwijl we een waarschuwingsbord passeren dat een stijgingspercentage van 16% aangeeft.

Hoe verder we de eindbestemming naderden, hoe meer het ging regenen, maar de voorspelling voor morgen is dat het in elk geval in de ochtend droog wordt. Mooi voor een wandeling. En hopelijk kunnen we dan wat meer van de bergen zien, alhoewel het uitzicht dat we tot nu toe gehad hebben, met wolken rond de bergen alsof het witte stoom is die uit de kieren en spleten van de rotsten gestroomd is, is ook zeker de moeite waard. Regen is alleen iets minder praktisch met wandelen.